Is het geapt, geappt, ge-appt of geapped?

Beter in je werk

Steeds vaker gebruiken (of lenen) we Engelse woorden voor onze Nederlandse taal. Wie relaxt of e-mailt er tegenwoordig niet? Maar wat als je de voltooid verleden tijd hiervan wil gebruiken? Moet je dan de Nederlandse of Engelse regels gebruiken? En wanneer is een woord nog Engels? Of wanneer al ‘vernederlandst’?

De oplossing

Voor Engelse werkwoorden gebruiken we de Nederlandse spellingsregels. Je kunt hiervoor het bekende ezelsbruggetje gebruiken: (het) KoFSCHiP. Als je het gehele werkwoord schrijft en je haalt de letters EN erachter weg, dan houd je de stam over. Dat ziet er als volgt uit: Appen – EN = App.

Als de stam eindigt op 1 van de letters uit het Kofschip, komt er in de verleden tijd een T achter. Eindigt de stam op een andere medeklinker, dan komt er een D achter.
Probeer maar eens met chillen, of bloggen (ik heb gechilld en geblogd).

Sommige Engelse woorden eindigen op een x, zoals fixen, relaxen en faxen. Omdat het klinkt alsof deze woorden op een S eindigen, vallen ze onder de regels van het KoFSCHiP en vervoeg je de werkwoorden dus met een t. Je schrijft daarom gefixt, gerelaxt en gefaxt.
Eigenlijk best simpel toch? Of niet? Wat je altijd bij twijfel kunt doen is gewoon alles omzeilen. Dus in plaats van ik heb geappt (of geapped, ge-appt) ….. ik heb je een app gestuurd!

Marjolein Hendriks
Blogger bij Adecco
Delen

Gerelateerde artikelen

Waar doe jij het voor?